Uncategorised

Miriam wou als kind al God blij maken

In de meimaand / Mariamaand van 2022 interviewde de parochiekrant ‘Kerk en leven’ vrouwen uit alle delen van de wereld die de naam ‘Maria’ dragen, of een afgeleide ervan. In een van de edities was het interview met Miriam van de Sint-Kwintensgemeenschap.

Hoe heet je? Wie heeft jou die naam gegeven? Waarom?

Mijn Afrikaanse naam is Chinonso Egbule. Beide namen hebben een bijzondere betekenis. Chinonso wil zeggen ‘God is dichtbij’ en Egbule ‘Dood niet!’. Mijn moeder wilde absoluut de naam ‘Miriam’ als christelijke naam bij mijn doopsel geven. Het is de Bijbelse naam voor Maria. Door vrienden word ik hierom soms Mimi genoemd. En in de familie word ik soms aangesproken met Ada. Het eerste meisje in een familie krijgt vaak die naam.

Van waar kom je? Hoe ben je hier aanbeland?

Ik woon sinds februari 2019 in Leuven. Ik kwam naar hier om een master rehabilitatiewetenschappen te bereiken. Mijn bachelor had ik in Nigeria zelf behaald. Het was mijn wens om deze master buiten mijn land te halen, liefst in een Engelssprekend land. Het is echter niet altijd eenvoudig een visum daarvoor te krijgen. Uiteindelijk raadde een neef die in Nederland studeerde aan, om naar Europa te komen. De kosten voor universitair onderwijs bleken hier veel goedkoper dan in andere landen. En dat gaf mee de doorslag.

Op welke wijze ben je katholiek geworden?

Ik ben in een katholiek gezin geboren in het oosten van Nigeria. Het merendeel van de bevolking is daar katholiek of anglicaans. Er leven hier een zestig à zeventig procent christenen. In het noorden zijn het vooral moslims.

Dat grote aantal christenen vertaalt zich ook in het aantal roepingen. Elke parochie heeft wel twee tot drie priesters.

Op welke wijze inspireert Maria jou?

Mijn moeder heeft een belangrijke rol in mijn gelovige opvoeding en groei gespeeld. In ons land zijn verschillende spiritualiteitsgroepen. Op de leeftijd van elf jaar werd ik toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria. Net als de andere kinderen kreeg ik toen een scapulier dat ik nog steeds draag. Als kind zat ik op een katholiek internaat waar ik deel uitmaakte van de gebedsgroep. Ook op de universiteit was er een rozenkransgroep en het Marialegioen (n.v.d.r. ook bij ons vroeger goed gekend). Ik heb het bidden van de rozenkrans steeds als een sterke wijze van verbondenheid met God gezien. Het heeft mij ook altijd geholpen om op het doel van mijn leven gefocust te blijven, om in mijn leven steeds de goede weg op te gaan.

Wanneer ik terugkeer naar Nigeria zou ik graag goede verzorging voor gehandicapte kinderen opzetten. Daaraan is een grote nood in ons land. Ik reken erop dat Maria mij daarbij zal helpen.

Is het in jouw land van herkomst evident om christen te zijn? Zijn jullie een minoriteit?

Waar ik leef is het helemaal niet gevaarlijk. Maar toen ik net als alle andere jongeren in ons land een jaar gemeenschapsdienst moest doen, vond mijn familie het niet goed dat ik dat in het noorden van het land zou doen. Daar is het inderdaad onveiliger. De moslimextremisten van Boko Haram zijn daar actief zoals jullie weten.

Soms denk ik dat het veel moeilijker is om hier gelovig te zijn. In ons land zie ik meer toewijding om het geloof te beleven. Zeker bij jonge mensen. Toen ik jong was, was er haast een competitie onder ons om zo vroom mogelijk door het leven te gaan. We wilden allemaal God blij maken.

Is er in jouw land van herkomst een bijzonder Mariaal bedevaartsoord?

We hebben zeker geen bedevaartplaats die zoveel mensen aantrekt als bijvoorbeeld Lourdes. Er zijn wel verschillende kloosters en abdijen. En in een van de meest bekende wordt Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Hoop/Hulp vereerd.

Maar haar beeltenis trekt mij overal aan. Wanneer ik in de Sint-Kwintenskerk kom, zal ik niet nalaten om een kaars bij haar beeld te branden en er even te bidden.

Bron: Kerk en leven